NL / EN
EN

maart 23, 2026

Tien jaar Innofest: Waarom de ruimte om te testen urgenter is dan ooit

Leestijd: 5 minuten

We spraken met Anna van Nunen, directeur van ESNS en een van de oprichters van Innofest, over het ontstaan van de organisatie, de kracht van festivals als testomgeving en de vraag waarom Innofest tien jaar later misschien wel relevanter is dan ooit.

Haar verhaal begint niet bij een succesformule, maar bij een gemis: er zijn in Nederland meer dan genoeg goede ideeën, maar nog altijd te weinig plekken waar die ideeën in een vroege fase serieus in de praktijk worden getest.

Je ziet innovatie eigenlijk niet zo vaak in de praktijk, zeker niet in een vroege fase. Het is vaak deskresearch en pitchen, maar weinig doen.
Precies daar ontstond tien jaar geleden het idee voor Innofest. Niet als sympathiek experiment aan de rand van de festivalwereld, maar als antwoord op een hardnekkig probleem in innovatie: de afstand tussen plan en praktijk. Tussen een idee en de weerbarstige werkelijkheid waarin moet blijken of het ook echt werkt.

Niet alleen bedenken, maar beproeven

Van Nunen was eind twintig toen ze betrokken raakte bij wat later Innofest zou worden. Ze werkte op dat moment als freelancer, na een periode bij TNO, waar ze onderzoek deed naar startups en de creatieve industrie. Tegelijk hield haar iets anders minstens zo sterk bezig: de klimaatcrisis en de vraag hoe innovatie daar daadwerkelijk iets in kan betekenen. Via Lab Vlieland kwam ze terecht in een omgeving waar die werelden samenkwamen.

Het voelde voor mij heel erg als thuiskomen. In de culturele en creatieve industrie enerzijds, maar anderzijds ook met de inhoud die ik kon meenemen rondom startups en de klimaatcrisis
Dat gevoel van urgentie is in haar verhaal nog altijd aanwezig. Innofest ontstond vanuit de overtuiging dat innovatie niet alleen bedacht of besproken moet worden, maar vooral beproefd. Festivals bleken daarvoor een bijna ideale omgeving. Omdat ze tijdelijk zijn, maar complex. Omdat er in korte tijd van alles samenkomt: energie, logistiek, mobiliteit, voedsel, afval, techniek, communicatie en gedrag.

“Onderzoek laat zien dat hoe eerder je gaat prototypen in de praktijk, hoe beter je resultaten zijn,” zegt Van Nunen. “Bij TNO deden we praktijkgericht onderzoek, maar zelfs dat staat soms nog best ver van innovatie in de praktijk. Dat maakte Innofest uniek.”

Festivals als spiegel van de echte wereld

Juist in die festival omgeving wordt snel zichtbaar of een innovatie niet alleen slim klinkt, maar ook bruikbaar is. De praktijk is geen sluitstuk, maar de plek waar een idee zich echt moet bewijzen. Daar blijkt waar iets schuurt, waar gebruikers anders reageren dan verwacht, en waar een oplossing nog niet past op de werkelijkheid. Dat is in essentie wat Innofest in tien jaar heeft opgebouwd: niet alleen een methode om te testen, maar een infrastructuur om te leren.

Die infrastructuur kon alleen ontstaan doordat festivals bereid waren hun ruimte beschikbaar te stellen. Van Nunen benadrukt dat Innofest nooit had kunnen bestaan zonder festivals die hun terrein, publiek en vertrouwen open stelden als living lab. Ze boden niet alleen een locatie, maar een realistische context waarin innovaties konden landen, schuren en groeien. Daarmee werden ze veel meer dan een locatie: ze werden partners in vernieuwing. Juist dat maakt festivals zo belangrijk in het verhaal van Innofest. Zij stelden door de jaren heen hun plekken beschikbaar voor ideeën die nog niet af waren, voor experimenten met onzekerheid, voor ondernemers die wilden leren door te doen. Zonder die openheid was er geen praktijk geweest om in te testen.

 

De waarde van wat nog niet af is

Dat gebeurde niet vanzelfsprekend. De beginjaren waren spannend, zegt Van Nunen, vooral financieel.

“Geld. Dat blijft voor een maatschappelijke organisatie zonder commerciële businesscase altijd vechten.”

Toch lag het bestaansrecht van Innofest voor haar nooit alleen in subsidie of systeem steun. Minstens zo belangrijk was de respons vanuit de ondernemers zelf. De behoefte aan een plek om te testen, te leren en aan te scherpen bleek groot.

“Wat ons echt dreef was het enthousiasme bij de ondernemers. Er was zoveel animo, dat is veel belangrijker voor je bestaansrecht.”

Misschien vat geen enkele uitspraak haar visie op Innofest zo scherp samen als het antwoord op de vraag wat ze hoopt dat mensen over tien jaar over de organisatie zeggen: “Dat ze er ontzettend hard op hun bek zijn gegaan en dat het ze uiteindelijk heel veel heeft gebracht.”

In die zin is alles besloten: de bereidheid om risico te nemen, de waarde van falen en het besef dat vooruitgang zelden parallel loopt. Innofest is er niet om innovatie mooier te laten lijken dan ze is, maar om haar sterker te maken door ze bloot te stellen aan de werkelijkheid.

 

Wat er in tien jaar veranderde en wat niet

De noodzaak om innovaties in de praktijk te testen is volgens Van Nunen in tien jaar tijd alleen maar toegenomen. Maatschappelijke opgaven zijn urgenter geworden en grijpen steeds sterker in elkaar. Maar juist die langetermijnvraagstukken verdwijnen in beleid en besluitvorming makkelijk naar de achtergrond, zegt ze: “De kortere termijn crisis overschaduwt de lange termijn opgaven.” Precies daarom blijft Innofest relevant. Door sociale en klimaatinnovatie bewust ruimte te geven, creëert de organisatie een omgeving waarin oplossingen voor die grotere opgaven niet op papier blijven steken, maar in de praktijk kunnen worden beproefd en aangescherpt.

Voor de toekomst ziet Van Nunen daar duidelijke kansen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. “Ik hoop dat Innofest een proeftuin kan blijven voor die opgaven,” zegt ze. “Evenementen lopen daarin vaak voorop.”

 

Waarom dit werk structurele steun vraagt

En precies daarom eindigt dit jubileum artikel niet alleen met trots, maar ook met een oproep. Want, benadrukt Van Nunen, Innofest is niet vanzelfsprekend.

“Ik ben er trots op dat Innofest nog steeds een onafhankelijk, zelfstandig opererend programma is. Dat is niet vanzelfsprekend, want het heeft geen commercieel businessmodel.”

 

Daarmee komt onvermijdelijk de vraag op tafel wie verantwoordelijkheid neemt voor de volgende tien jaar. Want als publieke en private partijen werkelijk vinden dat innovatie en talentontwikkeling belangrijk zijn, dan vraagt dat ook om structurele steun voor de plekken waar geleerd kan worden.

“Ik hoop dat de partijen in het ecosysteem die baat hebben bij innovatie en talentontwikkeling, zowel de publieke als de private sector, hun verantwoordelijkheid blijven nemen om Innofest te laten bestaan, zodat ondernemers – en de maatschappij – er de vruchten van kunnen plukken.”

Na tien jaar is de conclusie helder. Innofest heeft bewezen hoe waardevol het is om innovaties vroeg in de praktijk te testen. Het heeft laten zien wat mogelijk wordt wanneer festivals hun ruimte beschikbaar stellen voor innovatie. En het heeft duidelijk gemaakt dat de fase tussen idee en uitvoering geen luxe is, maar een voorwaarde voor maatschappelijke vooruitgang.

De vraag is niet langer óf die ruimte nodig is. De vraag is wie bereid is dit structureel mogelijk te maken.

Sta je open voor een samenwerking, wil je een living lab hosten of een test- & validatietraject mogelijk maken? Drink een kop koffie met Tom van Wijk, Directeur Innofest en verken wat we samen kunnen bouwen. Of leg direct contact met één van onze collega’s

Via deze link

Dit artikel is geschreven door: Cher Osinga, maandag 23 maart 2026

Website by HOAX Amsterdam