NL / EN
EN

april 25, 2020

‘Een festivalloze zomer is een rem op duurzame innovatie’

OPINIE – Dat de zomer van 2020 anders dan anders wordt, is al enige tijd duidelijk. Met de nieuwste coronamaatregelen van het kabinet, kan door nog een zomers tafereel een definitieve streep: het festival. Dat is allereerst verschrikkelijk voor de organisaties en werknemers die in deze sector actief zijn. Wat onderbelicht blijft, is dat het óók gevolgen heeft voor de Nederlandse innovatiekracht op noodzakelijke thema’s als circulariteit en duurzaamheid. Door ondernemers een plek te bieden om prototypes te testen, spelen festivals op innovatiegebied namelijk een steeds grotere rol.

Nederland is een echt festivalland. Van het Drentse Schipborg tot het Limburgse Landgraaf: op de meer dan duizend festivals die ons land kent, komen jaarlijks meer dan 26 miljoen bezoekers af. Volgens onderzoek van KPMG zorgt de festivalsector met een omzet van zo’n anderhalf miljard euro voor een aanzienlijke economische bijdrage. Om over de sociale en culturele contributie, een stuk lastiger in cijfers uit te drukken, nog maar te zwijgen. Bovenal is de innovatieve voetafdruk van festivals groot. En fungeert de festivalzomer meer en meer als het moment waarop startups de laatste stap naar de markt weten te zetten.

Perfecte testomgeving
Dat zit zo: festivals zijn tijdelijke micromaatschappijen. En daarmee de perfecte testomgeving, ook wel ‘living lab’, voor innovatieve prototypes en diensten. Ga maar na. Je vindt er vergelijkbare uitdagingen als waar pak ‘m beet een middelgrote stad mee te maken heeft, op thema’s als afval en energie tot water en voedsel. Met artiesten, crew en bezoekers zijn er tal van potentiële eindgebruikers. De organisatoren zijn tot in hun vezels flexibel, al is het maar om adequaat met een onverwachte hoosbui of uitgevallen generator om te kunnen gaan, en daarmee ideale samenwerkingspartners. Dat er een hek omheen staat, garandeert de voor tests zo belangrijke beslotenheid die helpt om waardevolle data op te halen.

De afgelopen jaren omarmen steeds meer festivals deze rol als living lab, waarvan met name lokale ondernemers sterk profiteren. Tientallen innovaties die nu op de markt actief zijn, zetten deze laatste en vaak zo moeilijke stap mede dankzij een festivaltest. Denk bijvoorbeeld aan de Semilla Sanitation Hub. Op meerdere festivals testte deze ondernemer hoe hij urine en uitwerpselen van festivalbezoekers in schoon drinkwater en kunstmest kon omzetten, en perfectioneerde zo zijn technologie. Inmiddels draagt zijn circulaire toiletunit in verschillende Afrikaanse landen bij aan de lokale water- en voedselvoorziening.

Startups zijn hard nodig om de transitie naar een meer duurzame maatschappij te versnellen

Of neem de mobiele megabatterijen van Greener, die het gebruik van vervuilende dieselaggregaten overbodig maken. Na een eerste test op Welcome to The Village wisten ze een maand later al het dieselgebruik op het festival Into the Great Wide Open met een derde terug te brengen. Sinds die eerste test in de zomer van 2018 heeft de jonge onderneming al bijna vijf ton aan CO2-reductie gerealiseerd, onder meer door inzet van de batterijen op bouwplaatsen en grote evenementen.

Falen en verbeteren
Nederland barst van dit soort startups, die hard nodig zijn om de transitie naar een meer duurzame maatschappij te versnellen. Met ondernemers die de grootste ambities hebben, de wereld groener en socialer willen maken en daar óók een kansrijk bedrijfsmodel aan weten te koppelen. Toch halen lang niet al deze startups de markt. Dat komt voor een belangrijk deel door het gebrek aan goede testlocaties. In een zo realistisch mogelijke setting kunnen falen en daarop je prototype verbeteren, is cruciaal voor de bewijslast van deze innovaties. En helpt om investeerders over de streep te trekken.

Nu festivals door de coronacrisis wegvallen als living labs, dreigt een deel van onze duurzame innovatiekracht te stokken. Die gedwongen pas op de plaats kunnen we ons niet veroorloven. Daarom is het zaak om ook binnen de anderhalvemetersamenleving die we voorlopig moeten omarmen, een plek voor deze ondernemers te creëren. Waar ze mogen falen en zo de stappen kunnen zetten om hun ambities te realiseren.

De uitdagingen van vóór de coronacrisis staan nog altijd fier overeind

Hier ligt een mooie kans voor lokale overheden en bedrijven. Zo kunnen gemeenten testlocaties openstellen of tijdelijk opzetten. Plekken in of buiten de stad waar soepeler wet- en regelgeving geldt. En er – net als op festivals – bijvoorbeeld de mogelijkheid is om met een extern water- of energiegrid te testen. Dit soort ‘proeftuinen’ bestaan al, denk aan het voormalig Suikerunieterrein in Groningen of de hoofdstedelijke NDSM-werf. Maar er zijn veel meer van zulke locaties nodig, zeker deze zomer. Daarnaast kunnen ook bedrijven een bijdrage leveren. Wat nou als Unilever in deze crisistijd faciliteiten beschikbaar stelt voor voedselstartups die zonder festivals geen testplek hebben? Zo houden we onze innovatiekracht overeind.

Het regent de afgelopen weken voorspellingen over wat voor impact de coronacrisis op onze manier van leven gaat hebben. Maar hoe de wereld er post-corona ook uit komt te zien, veel van de uitdagingen van vóór de crisis staan nog altijd fier overeind. Laten we de ondernemers die hier iets aan willen én kunnen de ruimte geven die nodig is om hun producten verder te ontwikkelen. Ook in een zomer die anders is dan alle andere.

Een ingekorte versie van dit opiniestuk van Linda Vermaat verscheen op 25 april 2020 in Het Financieele Dagblad